Column Roland Stavorinus

25 juli 2019

Wat kun je verwachten van een organisatie met een bijzondere geschiedenis? Een geschiedenis waar mensen trots op zijn en soms beschaamd over doen. Wat doe je als je uit Zwolle komt en directeur wordt van een organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking in Zeeland? Wat doe je als je een huis binnen komt, bij mensen die je niet kent. Dan ga je kennis maken, vragen stellen en enigszins terug houdend zijn met opvattingen. En dat doe ik dan ook. Op bezoek op locaties waar gewoond en gewerkt wordt, in prachtige dorpen en steden. Soms zijn er van die ontmoetingen met mensen die indruk maken.
Roland Stavorinus

Bijvoorbeeld een dame van middelbare leeftijd die woont in één van de eerste woningen buiten het terrein van Vijvervreugd, ergens in Middelburg. Twee onder één kap. Acht bewoners, vier in het ene huis en vier in het andere. Twee van hen wonen in een omgebouwde garage. Gewoon in een straat met een voor- en achtertuin. Twintig jaar geleden was dat bijzonder. Het pand ziet er nog uit als toen. De bewoners en begeleiders zijn met elkaar in balans, het gaat ze daar goed. De dame woont op zolder. Een gewone zolder die je bereikt via een smalle trap. Een kamer zoals ik die vroeger ook had. Alleen bij brand is het er lastig wegkomen. De badkamer wordt gedeeld evenals de wc. Voor de bewoners is het heel gewoon. Ze zijn er aan gewend.

“Dus je vindt dat we moeten verhuizen”? zegt ze. Ik schrik er van. Mag ik zomaar zeggen dat ik dat vind? Ik voel me van mijn stuk gebracht. Ik vertel haar dat ze een appartement kan krijgen met een eigen wc, badkamer en een zit-, slaapkamer. Dat ze, als ze minder goed ter been wordt, niet elke keer met de trap hoeft. Dat ze gelijkvloers kan wonen. Ze zegt; “Je vindt dit dus niet van deze tijd”. Ik zeg, “deze kamer is niet van deze tijd. Het kan veel moderner.” Ze zucht en knikt alsof ze het begrijpt. Ik voeg er aan toe dat het nog wel even kan duren.  Eén ding is zeker. Het team dat haar begeleid en haar medebewoners zullen graag bij elkaar willen blijven. En dat snap ik heel goed.Roland Stavorinus